Vuzisme

Bronnen

Dit boek vraagt je alles na te kijken. Dan moet het zelf ook laten zien waar het vandaan komt.

Hieronder staat per deel wat uit een bestaande tekst komt, en in welke vertaling. Er staat ook bij wat we niet zelf in de bron hebben gelezen, en wat verzonnen is. De verhalen in dit boek zijn een fabel: de mensen die erin voorkomen, hebben nooit bestaan. De gedachten die ze vertellen, bestaan wel, en die zijn hier terug te vinden.

Citaten uit oude teksten zijn in eigen woorden weergegeven, vaak ingekort. Bijbelverzen zijn nagelezen in de World English Bible of in de Hebreeuwse tekst met vertaling, de Koran in de vertaling van Muhammad Asad, en Joodse teksten in de uitgaven op Sefaria. Waar een andere vertaling is gebruikt, staat die erbij.

Voordat je begint en de verhalen door het hele boek

  • De jongen, zijn zus, de herderin, de vallei en alle andere personen in het verhaal zijn verzonnen. Ze hebben geen naam, omdat het verhaal van iedereen moet kunnen zijn.
  • Het beeld van de kaarten, de schaal in je eigen handen en de tien kernzinnen zijn van dit boek zelf.

Deel 1: De schaal

  • In de bron gelezen: het Dodenboek, spreuk 125, in de uitgave van E. A. Wallis Budge, voor de woorden van de dode. Plato, De staat 359-360, de ring van Gyges, en het slot van boek 10, in de vertaling van Benjamin Jowett. Herodotus, Historiën 3.38, de proef van Darius, in de vertaling van G. C. Macaulay. Homerus, Ilias, boek 12, de vrouw met de wol, in de vertaling van Alexander Pope.
  • Verzen nagelezen: Koran 21:47, 99:7-8, 101:6-9, 7:8-9 en 17:15. Job 31:6, Spreuken 16:2, 21:2 en 24:12, Daniël 5:27, Prediker 9:5 en Openbaring 20:12.
  • Via overzichten, niet in de bron gelezen: het wegen van zielen in andere tradities (de brug Chinvat, Chitragupta, het Testament van Abraham, Ilias 22.208-213, en dat de engel Michaël met de weegschaal niet in de Bijbel staat). Spreuk 30B van het Dodenboek, alleen als beschrijving. Rabia van Basra.
  • Hoe geloof wordt doorgegeven: samenvattingen van Vern Bengtson, Families and Faith, en van Lewis-Jong en Bullivant over het doorgeven van geloof tussen generaties. De boeken zelf zijn niet ingezien. Het gaat vooral over westerse landen.
  • Wat je moet weten: de brug "dun als een haar" komt uit latere Perzische teksten, niet uit de oudste. Het verhaal van Rabia met vuur en water is een late overlevering, en het boek zegt dat ook; de oudste bron ervan is niet gevonden. Bij Plato vertelt Glaukon het verhaal van de ring, niet een herder. Dat de schaal van de markt komt, is een gedachte van dit boek, geen bevinding. Dat het hart de redenen van de dode draagt, volgt uit de tekst van Budge; het antwoord op "weegt de schaal ook waarom?" is onze lezing.

Deel 2: De blinddoeken

  • In de bron gelezen: Talmoed, Sjabbat 31a, Hillel op één been. Psalm 6:5, Daniël 12:2, Jesaja 7:14, Matteüs 1:23, Johannes 8:7 en Genesis 8:7-8. Xenophanes, fragment B16. David Hume, Onderzoek naar het menselijk verstand, hoofdstuk 10, over wonderen.
  • Via overzichten, niet in de bron gelezen: het verhaal van de overspelige vrouw, dat in de oudste handschriften ontbreekt en op wisselende plekken staat; de meeste onderzoekers denken dat het later is toegevoegd. De lezing van Jesaja 7:14. Het verhaal van de vloed in Gilgamesj. De Kalama Sutta (Anguttara Nikaya 3.65). De blinden en de olifant (Udana 6.4). Het probleem van het kwaad, waarvan niet zeker is dat het van Epicurus komt. De geschiedenis van de Koran onder Uthman en de handschriften van Sana'a. De Sjeool.
  • De vlam: De vragen van koning Milinda, boek II, hoofdstuk 2, § 1, in de vertaling van T. W. Rhys Davids (1890). De monnik Nagasena vraagt of een lamp de hele nacht brandt, en of de vlam van de eerste nachtwake dezelfde is als die van de tweede. De koning zegt nee, en ook dat het geen andere lamp is. Zo gaat een mens verder, zegt de monnik: niet als dezelfde, en niet als een ander. Milinda was een Griekse koning in het noordwesten van India. Dat de vlam nergens heen gaat als het hout op is, is een eigen zin van dit boek.
  • Via samenvattingen: Daniël 12 als eerste duidelijke tekst over opstanding, in de tijd van de vervolging onder Antiochus IV; sommige onderzoekers lezen het anders.
  • Wat je moet weten: fragment B15 van Xenophanes is alleen als beschrijving gezien. De tempels waar iedereen naast elkaar eet, komen uit het sikhisme. De uitleg met de ritseling in het gras is populair, maar het onderzoek erachter is omstreden. De stad, de vrouw op het plein en wat haar overkomt, staan voor geen bestaand geloof. Het argument "een blinddoek is een muilkorf" is van dit boek, om de sterkste tegenwerping eerlijk te laten klinken.

Deel 3: De lege handen

  • In de bron gelezen: Prediker 1:2-3, 2:4-11, 3:19-20, 9:4-5, 9:7-10, 9:11 en 12:8-14. Job 2:13, 3:3 en 3:11. Misjna Jadajim 3:5, de discussie of Prediker heilig is. Homerus, Odyssee 11, Sisyphus, in de vertaling van Samuel Butler. Friedrich Nietzsche, De vrolijke wetenschap 125, de dolle mens, in de vertaling van Thomas Common, in eigen woorden ingekort.
  • Via overzichten, niet in de bron gelezen: Albert Camus over het absurde en de gelukkige Sisyphus. Zijn werk is niet ingezien; het boek geeft alleen de gedachte weer. Het woord hevel in Prediker, damp of adem. Leo Tolstoj, Een bekentenis, de put, de muizen en de honing.
  • Wat je moet weten: de Prediker is geen atheïst. Vers 9:7 zegt ook dat God je werk al heeft aanvaard, en de koopman laat dat weg. Veel onderzoekers zien 12:9-14 als een latere toevoeging. Waarom Sisyphus werd gestraft, staat niet in de Odyssee maar in andere overlevering. Het verhaal van de put is oud en komt mogelijk uit India; Tolstoj noemde het een oosterse fabel. Dat de steendraagster Camus tegenspreekt, en dat de drie munten de ring van Gyges omkeren, is van dit boek.

Deel 4: Wat er wel is

  • In de bron gelezen: Misjna Sanhedrin 4:5, de munten met één stempel, en wie één mens doodt of redt. Koran 5:32. Blaise Pascal, Gedachten 206, 347 en 348, de stilte en het denkende riet, in de vertaling van W. F. Trotter, ingekort. Charles Darwin, Over het ontstaan van soorten, het slot.
  • Via overzichten, niet in de bron gelezen: Eratosthenes en de put. De saros: na 223 manen komt een verduistering terug, en na drie keer dat, ongeveer 54 jaar en een maand, op ongeveer hetzelfde uur. Wat je ziet bij een zonsverduistering, en het gevaar voor je ogen. De supernova van 1054, die volgens Chinese verslagen 23 dagen overdag te zien was. Anaxagoras, de zon als gloeiend metaal, en de aanklacht tegen hem. Antonie van Leeuwenhoek en het vijverwater. Sikkels van licht onder bomen bij een verduistering. De dolk van Toetanchamon, van ijzer uit een meteoriet.
  • Het jaar van alle tijd: naar de kosmische kalender van Carl Sagan. Als alle tijd één jaar is, duurt de mens ongeveer de laatste elf minuten (ongeveer 300.000 jaar) en het schrift de laatste elf seconden (ongeveer 5.000 jaar). Het boek zegt dat met de tijd om een brood te kneden en met drie ademhalingen. Dat is een eigen omrekening.
  • Wat je moet weten: de gedachte dat wat niet fout kan zijn niets zegt, komt van Karl Popper. Zijn werk is niet ingezien, en de zin is een eigen formulering. Dat wij het heelal zijn dat om zich heen kijkt, sluit aan bij Sagan. Eratosthenes zat er dicht bij, met fouten die elkaar ophieven. De Babyloniërs kenden de cyclus, maar konden plaats en uur maar beperkt voorspellen, en daarom zegt de sterrenkijkster dat ze het niet zeker weet. Dat de duisternis honderdtachtig tellen duurt, is verzonnen. Dat in Sanhedrin 4:5 de woorden "uit Israël" in de beste handschriften ontbreken, is de bevinding van onderzoekers; het handschrift zelf is niet ingezien. Dat de greep van een pasgeborene een overblijfsel is, is omstreden, en het boek zegt dat. De wet van de klippen staat voor geen bestaand volk.

Deel 5: De kaarten

  • In de bron gelezen: David Hume, Traktaat over de menselijke natuur 2.3.3, het verstand als slaaf van de hartstochten. Hippocrates, Over de heilige ziekte, in de vertaling van Francis Adams. Epictetus, Handboekje 1. Aristoteles, Ethica Nicomachea 2.1, in de vertaling van W. D. Ross. Samyutta Nikaya 36.6, de twee pijlen, in de vertaling van Bhikkhu Sujato. Dhammapada 322, de getemde ezels, in de vertaling van Max Müller.
  • Via overzichten, niet in de bron gelezen: Phineas Gage, en wat later over hem is overdreven. Epictetus als slaaf, en zijn been; de bronnen zijn het oneens hoe dat kwam. Spinoza, brief 58, de steen die denkt dat hij vrij is, alleen in fragmenten. Onderzoek naar tweelingen: gemiddeld is ongeveer de helft van de verschillen tussen mensen erfelijk, maar dat is een gemiddelde over alle eigenschappen, geen getal voor één eigenschap. Wisselende beloning bij gokken; het onderzoek naar "bijna winnen" is niet eenduidig.
  • Wat je moet weten: de timmerman is naar Gage gemaakt, maar het slaan en de rechtszaak komen niet uit zijn verhaal. In de bron vertelt de Boeddha de twee pijlen als vergelijking, niet als vraag aan zijn leerlingen. Hij zegt dat de wijze alleen de eerste pijl voelt, en dat de tweede het verdriet en verzet in je hoofd is. Dat je de tweede pijl zelf schiet, en dat de pijn er eerst mag zijn, is de lezing van dit boek. De wagen, de ezel en de voerman zijn een beeld voor één brein, en geen wetenschappelijk model. "Vrij ben je als je een reden kunt horen" is onze formulering van een bekende positie in de filosofie, het compatibilisme, onder anderen van Daniel Dennett: je keuzes hebben oorzaken, en het blijven jouw keuzes.

Deel 6: De schaal in je eigen handen

  • In de bron gelezen: Misjna Joma 8:9, de Grote Verzoendag verzoent niet wat je een ander hebt aangedaan, tot je het met die ander hebt goedgemaakt. Maimonides, Wetten van berouw 2:2 en 2:9. Fjodor Dostojevski, Misdaad en straf, "eenvoudige rekenkunde", in de vertaling van Constance Garnett. Talmoed, Sjabbat 31a.
  • Via overzichten, niet in de bron gelezen: Mencius 2A6, het kind bij de put. Proeven waarin ratten elkaar bevrijden (Bartal, Decety en Mason, 2011). De schade die zoutwerk aan ogen en huid doet, uit onderzoek van nu.
  • De muilkorf: of geloof mensen tegenhoudt kwaad te doen, is onderzocht, maar het bewijs is onbeslist. Landen met weinig gelovigen horen tot de veiligste, en waarom dat zo is, weten we niet. Het boek zegt het daarom voorzichtig.
  • Wat je moet weten: de Joodse traditie zegt ook dat wie vergeving blijft weigeren, zelf fout zit (Maimonides 2:9). Dit boek wijkt daar bewust van af: niemand is vergeving verschuldigd. De vier stappen van goedmaken komen uit Maimonides; bij hem staan ze in een kader van God. Kinderen die voor schuld moesten werken, zijn van veel tijden, maar de wet en de duur in het verhaal zijn verzonnen. "Mensen zijn geen getallen" betekent hier dat je niemand mag opofferen zonder het te vragen; het is geen antwoord op elke noodsituatie.

Deel 7: Het leven

  • In de bron gelezen: Hooglied 8:4, wek de liefde niet voordat zij het zelf wil, met hetzelfde refrein in 2:7 en 3:5. Prediker 3:19, mens en dier hebben één lot en dezelfde adem. Plato, Symposium, de rede van Aristophanes over de andere helft, in de vertaling van Jowett.
  • Via overzichten, niet in de bron gelezen: de hond bij de put, uit de hadith (Sahih al-Bukhari 2363, verteld door Abu Hurayra). De wolven in Yellowstone: toen ze verdwenen, groeide het aantal herten en leden de bomen langs de rivieren. Hoe groot het herstel na hun terugkeer is, daarover zijn onderzoekers het oneens. Epicurus over de drie soorten verlangens, uit de Brief aan Menoikeus.
  • Wat je moet weten: in de hadith dankt God de man en vergeeft hem. Het boek houdt alleen de gedachte, en zegt dat ook. Het verhaal van de grootmoeder over de volgende vallei is verzonnen. Wat we wel weten, zegt het boek in eigen stem.

Deel 8: Wat je doorgeeft

  • In de bron gelezen: Avot 4:1, "wie is rijk? Wie blij is met zijn deel". Deuteronomium 15:1-2, het kwijtschelden van schulden in elk zevende jaar. Leviticus 25:10, het vijftigste jaar. Exodus 22:24, geen rente van de arme. Maimonides, Gaven aan de armen 10:7, de acht treden van geven. Spreuken 13:24, de stok. Plato, Phaedrus 274c-275b, de koning en het schrift, in de vertaling van Jowett. Kahlil Gibran, De profeet, "Over kinderen".
  • Via overzichten, niet in de bron gelezen: het mechanisme van Antikythera, een bronzen rekenmachine van rond de tweede eeuw voor onze jaartelling, met ongeveer dertig bewaarde tandwielen, die verduisteringen kon voorspellen, en die in een scheepswrak is gevonden. Onderzoek naar slaan: kinderen die worden geslagen, worden er niet beter van (overzichtsstudies van Elizabeth Gershoff en anderen).
  • Wat je moet weten: "steun wie struikelt, voordat die valt" komt uit een oudere uitleg, de Sifra, en niet van Maimonides zelf. Dat na de doos van Antikythera meer dan duizend jaar niets vergelijkbaars is gemaakt, wordt vaak gezegd, maar is niet nagelopen. Jonge palingen trekken in het voorjaar en de zomer stroomopwaarts, en een trap voor vissen bestaat echt.

Deel 9: De anderen

  • In de bron gelezen: Exodus 1:15-21, de vroedvrouwen Sjifra en Pua. Zij vrezen God, doden de jongens niet, en zeggen tegen de farao dat de Hebreeuwse vrouwen al bevallen zijn voordat zij komen. De koning wordt alleen "farao" genoemd, wat een titel is en geen naam. Exodus 23:2, volg niet de menigte, of de machtigen, om onrecht te doen. Avot 1:14 en 2:5, beide van Hillel. Koran 5:8, laat haat je niet afhouden van wat rechtvaardig is, en 4:135, sta voor het recht, ook tegen jezelf, je ouders en je familie. Handelingen 5:29, God meer gehoorzamen dan mensen. Henry David Thoreau, Over burgerlijke ongehoorzaamheid.
  • Via overzichten, niet in de bron gelezen: de hadith over de hand, de tong en het hart (Sahih Moslim 49). Proeven naar gehoorzaamheid in de lijn van Stanley Milgram, en de nieuwere uitleg dat mensen vooral doorgaan als ze in het doel geloven. Onderzoek naar omstanders bij ruzies op straat (Richard Philpot en anderen): bijna altijd grijpt iemand in, en wie helpt raakt zelden gewond. Erica Chenoweth en Maria Stephan: opstanden zonder geweld slaagden ongeveer twee keer zo vaak als opstanden met geweld. John Rawls: kies regels alsof je je plek nog niet kent. Onderzoek naar mensen die ten onrechte ter dood zijn veroordeeld (Samuel Gross en anderen).
  • Wat je moet weten: waarom geweldloos verzet vaker werkt, weten we niet zeker; het boek noemt mogelijke redenen. Het boek noemt geen percentages. De heerser, de stad, de soldaat, de wevers en hun gebruiken zijn verzonnen, en staan voor geen bestaand volk of geloof. Hannah Arendt en Karl Popper worden niet bij naam genoemd, omdat hun precieze woorden niet zijn ingezien.

Deel 10: Het einde

  • In de bron gelezen: Ketubot 104a, de dienstmeid die eerst bidt dat haar meester blijft, en daarna een kruik van het dak gooit. Het boek laat zijn naam weg. 2 Samuël 12:16-23, David die vast zolang zijn kind ziek is, en opstaat als het dood is. Job 2:11-13 en 42:7. Seneca, brief 63, in de vertaling van Richard Gummere: huil, maar jammer niet; hij huilde zelf te veel om Annaeus Serenus, omdat hij nooit had gedacht dat die eerder zou sterven. Het beeld van de wrange vrucht en de oude wijn is van zijn leraar Attalus. Seneca schrijft dat hij het daar niet mee eens is: voor hem is de herinnering zoet.
  • Via overzichten, niet in de bron gelezen: Epicurus, Brief aan Menoikeus, zolang wij er zijn, is de dood er niet. Onderzoek naar rouw: die verloopt niet in vaste fasen, komt in golven, en de meeste mensen kunnen na een verlies op den duur weer redelijk leven (George Bonanno en anderen).
  • Wat je moet weten: de ziekte van de herderin wordt niet genoemd, en de dosis van de pijnstilling staat er bewust niet in. Wat de kleindochter van de visser kiest, staat er ook bewust niet in.

Deel 11: Elke dag

  • In de bron gelezen: Seneca, Over woede 3.36, in de vertaling van Aubrey Stewart. Hij loopt elke avond de dag na, "als de lamp is weggehaald en mijn vrouw, die mijn gewoonte kent, is opgehouden met praten", en zegt tegen zichzelf: deze keer vergeef ik het je, doe het niet meer. Avot 2:10, met de uitleg in Sjabbat 153a: maak het goed één dag voor je dood, en omdat niemand die dag kent, doe het vandaag. Psalm 90:12, leer ons onze dagen tellen. Deuteronomium 5:12-14, de rustdag, ook voor wie voor je werkt, je vee en de vreemdeling.
  • Wat je moet weten: de rituelen in dit deel zijn van dit boek. Ze zijn gemaakt naar wat rituelen in veel tradities gemeen hebben. Rituelen van inheemse volken zijn bewust niet overgenomen.

Het vlot

  • In de bron gelezen: Majjhima Nikaya 22, de gelijkenis van het vlot, in de vertaling van Bhikkhu Sujato. Een man bindt een vlot om een rivier over te steken, en neemt het aan de overkant niet op zijn hoofd mee. De leer is om over te steken, niet om vast te houden. Zhuangzi, hoofdstuk 26, in de vertaling van Herbert Giles (1889): de fuik is er voor de vis, de strik voor het konijn, en woorden voor de betekenis, en waar vind ik iemand die de woorden vergeten is, om met hem te praten?
  • Wat je moet weten: in het Chinees is het slot een woordspeling, en die is in het Nederlands nagebootst. Giles schrijft "negeren" waar andere vertalers "vergeten" hebben. De laatste zin van het boek is de eerste zin van deel 1.

Als je niet meer wilt

  • Via samenvattingen, niet in het origineel gelezen: van wie een poging overleeft, sterft de grote meerderheid later niet door zelfdoding (David Owens en anderen, 2002). Veel crises duren kort. Het helpt om middelen weg te leggen, en om vooraf een plan te maken voor een slechte nacht (Barbara Stanley en Gregory Brown). Vragen of iemand aan zelfdoding denkt, brengt diegene niet op het idee (Tamsin Dazzi en anderen, 2014, en een overzicht uit 2018). Die onderzoeken meten gedachten, niet sterfte.
  • Wat je moet weten: het advies om niets te drinken of in te nemen, komt uit de gangbare praktijk, niet uit eigen onderzoek. Deze pagina noemt bewust geen dienst, instantie of nummer, omdat die per land en per tijd verschillen. Ze is nog niet nagelezen door iemand die met zelfdoding werkt.