Woorden voor de dagen die ertoe doen
Hier staan woorden die je kunt gebruiken. Niets hiervan moet. Zeg het in je eigen woorden, laat weg wat niet klopt, en voeg toe wat er ontbreekt. Er is niemand die controleert of je het goed doet.
Waar "ik" staat, ben jij het die spreekt.
Voor de ochtend
Wat is vandaag van mij, en wat niet?
Wat van mij is, pak ik op.
Wat niet van mij is, laat ik liggen.
Voor de avond
Neem de schaal in je handen.
Er is geen schaal. Je doet alsof.
Wat was goed vandaag?
Leg het neer.
Heb ik schade gedaan, aan mezelf, een ander of iets wat leeft?
Leg het neer.
Wat maak ik morgen goed?
Onthoud dat.
Niemand telt dit na.
Er komt geen dag waarop het wordt opgeteld.
Genoeg voor vandaag.
De schaal gaat dicht.
Bij een geboorte
Zeg de naam.
Je naam is van jou.
Waar je van gemaakt bent, is ouder dan de zon.
Het is in sterren gemaakt die er al lang niet meer zijn.
Het is gras geweest, en water, en brood.
Nu is het jij.
Er is maar één jij, en je bent een hele wereld,
en niemand anders gaat er ooit in wonen.
Vraag dan: wie belooft er voor dit kind te zijn?
En laat wie wil, het zeggen.
Het kind wordt nergens ingeschreven. Het wordt niets aan zijn lichaam gedaan. Het is geen Vuzist. Het is een kind.
Als je volwassen wordt
Er hoeft niets. Wie wil, schrijft een brief aan zichzelf:
Wat ik wil.
Wat ik kan.
Wat me bang maakt.
Wat mijn kaarten zijn, voor zover ik ze ken.
Bewaar de brief, en lees hem over tien jaar. Je zult om de helft lachen. Praat daarna met iemand die je vertrouwt.
Er is geen eed. Je bent volwassen, of je nu een brief schrijft of niet.
Bij een belofte van liefde
Ik kies jou.
Niet omdat de sterren het zeggen, want die zeggen niets.
Niet omdat iemand boven ons ons verbindt. Dat doen wij zelf.
Ik kies jou op de dag dat je mooi bent,
en op de dag dat je een hekel aan me hebt.
Ik zal niet op je neerkijken.
Ik zal je niet bezitten.
Ik zal geen rekening bijhouden.
Ik weet niet wat de jaren met ons doen.
Dat weet niemand, en ik zal niet doen alsof.
Ik kies jou. Ik zeg het je eerlijk als er iets verandert.
Wie gelooft, mag erbij laten zeggen wat die gelooft. Dan zegt die wat die gelooft, en jullie zeggen wat jullie beloven, en er is niemand die liegt.
Als een liefde eindigt
Zeg tegen elkaar, of tegen jezelf als de ander er niet is:
Dit was goed.
Dit was niet goed.
Ik draag mijn deel, en jij het jouwe.
Ik ga niet tellen wie meer droeg.
Doe dan iets met je handen. Berg iets op, of geef iets terug, of leg iets weg.
Zijn er kinderen, zeg dan ook:
Ik blijf je vader, of je moeder.
Ik zal je nooit tegen de ander gebruiken.
Je eigen afscheid
Schrijf op hoe je afscheid wilt, zolang het kan, en geef het aan iemand.
Waar wil je liggen?
Wie mag er spreken, en wie mag er bidden?
Wat moet er bewaard worden, en wat mag weg?
Wat moeten ze vertellen?
Vraag ze te vertellen hoe je was, niet hoe je er op het laatst uitzag.
Bij een afscheid
Kom samen. Zeg de waarheid. Vertel wie het was. Wees stil. Geef het lichaam terug. Doe het met je handen. Eet samen. De wensen van wie dood is, gaan voor.
En als je iets wilt zeggen:
Je bent dood.
Daarom zijn we hier.
We gaan niet zeggen dat je slaapt.
We gaan niet zeggen dat je op ons wacht.
Je zou ons uitlachen.
Wat in jou brandde, was van jou alleen,
en het is uit.
Maar de stof waarvan je was gemaakt,
is ouder dan de zon.
Het is eerder iets anders geweest,
en het wordt weer iets anders:
gras misschien, of regen,
of iets wat nog geen naam heeft.
Je lach is niet meer te horen.
Je manier van een deur dichtdoen wel,
want je kind doet dat net zo.
Wat je ons leerde, doen we voort,
zonder het nog te merken.
Dat is geen hemel.
Het is wat er is.
Bedankt dat je bestaan hebt.
Het had ook niet gekund.
Op de slechtste dag
Er is niemand om tegen te schreeuwen.
Ik schreeuw toch.
Dit is niet eerlijk.
Er is geen plan dat het eerlijk maakt,
geen boek waarin het klopt,
geen weegschaal die het rechtzet.
Zeg me niet dat het een reden had.
Zeg me niet dat de tijd iets doet.
Zeg me niet dat ik sterk ben.
Ik ben niet sterk. Ik ben hier.
De zon komt op, en dat neem ik haar kwalijk.
De buren brengen hun graan naar de molen.
Hoe durven ze.
Vandaag hoef ik niets te begrijpen.
Vandaag hoef ik niets te aanvaarden.
Ik mag op de vloer zitten,
en de vloer houdt me,
want dat is wat vloeren doen.
Morgen is morgen.
Als dit geen verdriet om een ander is, maar een nacht waarin je zelf niet meer wilt: ga naar Als je niet meer wilt.
Voor wie bij iemand zit die rouwt
Je hebt geen woorden nodig.
Die heeft niemand.
De vrienden van Job kwamen van ver.
Ze zaten zeven dagen naast hem op de grond
en zeiden niets.
Dat was het beste wat ze ooit deden.
Toen begonnen ze het uit te leggen.
Zit.
Breng eten.
Doe de afwas.
Vraag hoe die ander was, toen die jong was.
Kom over een week terug,
en de week daarna,
ook als iedereen al weg is.
In de langste nacht
Vanavond is het het donkerst van het jaar.
Morgen is de dag weer langer.
Niemand heeft dat beloofd.
De aarde helt gewoon zo.
Steek een kaars aan voor wie er niet meer is.
Zeg de naam hardop.
Zij horen het niet.
Jij wel, en dit huis,
en de kinderen, die anders niet zouden weten wie dat was.
Eet wat zij lekker vonden,
ook als het niet lekker is.